“Voeten vegen, voeten vegen” zei de lapjeskat.

“Wat een regen , wat een regen” zei de lapjeskat.

“Dag meneertje Teddybeertje .Wat een weertje ,wat een weertje.

Ik heb lange tijd geen visite meer gehad, had had.”

“Voeten vegen, voeten vegen” zei de lapjeskat.

“Mag ik binnen, mag ik binnen” zei de teddybeer.

“Ik weet niet wat ik moet beginnen, want ik kan niet meer.

Kunt u mij een lapje lenen, ik heb zo’n last van wintertenen.

En mijn voeten doen de hele dag zo zeer, zeer zeer.”

“Mag ik binnen, mag ik binnen” zei de teddybeer.

“In de keuken, in de keuken” zei de lapjeskat.

“Gaat het jeuken, gaat het jeuken, oh wat naar is dat.

Kijk hier heb ik een verbandje uit het ouwe lappenmandje.

En dan maak ik dat verbandje lekker nat, nat nat.”

“Dat is dat” zei de kat. “En ziezo” zei de kat. “Dat is het” zei de lapjeskat.

Een gedicht van: Annie M.G.Schmidt.